Jonatan - NLD

DE WERELD ALS EEN DOOLHOF

In de tovenaarsklas van Harry Potter zit Hermelien, een dot van een kind. Toch is ze allesbehalve een goede tovenaarsleerling. Ze tatert en beweegt te veel, vindt de schoolregels maar niks en échte tovenaarsvraagstukken zijn voor haar wat moeilijk. Maar de kleinste details uit de moeilijke toverspreukenboeken van buiten kennen, kan ze wél. Als de beste. En daar is niets vreemds aan.

Tovenaarsdokters denken dat Hermelien NLD heeft.

NLD is een stoornis die jarenlang in de vergeethoek is gedrumd ten voordele van andere stoornissen zoals dyslexie en ADHD. Eén van de oorzaken hiervan is dat een kind met een sterke verbale presentatie niet snel opgemerkt zal worden als een kind met een leerstoornis. Gedragsproblemen bij deze kinderen zullen dan ook eerder toegeschreven worden aan het karakter van het kind ('moeilijk, koppig, aandachtvragend') eerder dan aan een onderliggende problematiek (informatieverwerkingsstoornis).

Aangezien NLD-kinderen een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van extreme driftbuien, zelfverwondend gedrag, angststoornissen en depressies, wordt het hoog tijd om deze stoornis eens in de schijnwerpers te zetten.

In voorliggende jonarama zal vooral ingegaan worden op de sterke en minder sterke kanten van kinderen met NLD. In een volgend nummer staan we stil bij een mogelijke aanpak. In een laatste nummer tenslotte worden de gelijkenissen en verschillen met andere stoornissen besproken.

Wat is NLD?

De naam NLD is een Engelse afkorting van Nonverbal Learning Disabilities of Disorders. Niet verbale leerstoornis dus. Niet verbaal d.w.z. dat kinderen met NLD het heel moeilijk hebben met niet-talige -"zien en doen"- informatie. Ze zijn daarentegen heel goed in het verwerken van auditief-verbale informatie “ horen en zelf vertellen”. Visuele informatie verwerken ze door te kijken naar details, niet naar het geheel. Hoewel ze heel goed zijn op talig vlak slagen ze er vaak nauwelijks in taal om te zetten in handelen.

Alles wat nieuw is, is beangstigend voor hen. Een NLD-kind houdt meer van het ouwe vertrouwde.

Hoe ontstaat NLD?

Om een goed begrip te hebben wat NLD nu precies is, moeten we teruggaan naar hoe het ontstaat. Hiervoor dienen we even stil te staan bij de opbouw en werking van onze hersenen.

Onze hersenen bestaan uit 2 helften: een linkerhersenhelft en een rechterhersenhelft. Die twee helften zijn onderling met elkaar verbonden via de hersenbalk. Ze kunnen dus informatie met elkaar uitwisselen. Welke functie heeft nu onze rechterhersenhelft en welke functie heeft onze linkerhersenhelft?



RECHTERHERSENHELFT 
nieuwe informatie 
visuele informatie 
tactiele informatie
grote verbanden 
rekenen: inzicht 
taal: vorm 
linkerkant van het lichaam 
emoties en beleving 
denken:abstract, flexibel 

LINKERHERSENHELFT
geautomatiseerde informatie
auditieve informatie

details
rekenen: geautomatiseerde handelingen
taal: betekenis
rechterkant van het lichaam

De rechterkant is dus vooral verantwoordelijk voor ruimtelijk-visuele vaardigheden (kijken, handelen, oriënteren). Rechterkantkinderen zullen dus vooral weg zijn van puzzelen, knutselen, schaken, modelbouw, tekenen,… Op school houden ze van aardrijkskunde, inzichtelijk rekenen en Wero zolang het gaat om schema’s, tijdsbanden, tekeningen,…

De linkerkant is vooral verantwoordelijk voor taalvaardigheden.
Linkerkantkinderen houden bijgevolg van talige spelletjes zoals met de poppen spelen, winkeltje spelen,… Op school houden ze van taal, opstellen maken. Ze praten graag en veel. Ze houden van Wero zolang dit maar wordt aangebracht in mooie verhalen.

Deze voorstelling van linker- en rechterkantkinderen is een beetje zwart-wit. De meeste kinderen houden nu eens van spelletjes die meer beroep doen op taal, dan weer willen ze liever puzzelen, knutselen,…

Daarenboven zijn er niet zoveel zaken die maar op één hersenhelft beroep doen. Meestal heb je voor een taak zowel taal als ruimtelijke vaardigheden nodig. Bovendien kun je heel wat zwakheden omzeilen door te compenseren vanuit je sterke kant. Anders wordt het wanneer één van de hersenhelften heel ernstig uitvalt. Dan moet het kind wel een heel goed functionerende andere hersenhelft hebben om nog te kunnen compenseren. En vaak zal ook dat nog niet genoeg zijn. En net dát is wat het geval is bij een NLD-kind.

Rond de zenuwbanen in onze hersenen zit een ‘witte stof’ die ervoor zorgt dat de informatie die binnenkomt (via onze ogen, oren, neus,…) wordt verwerkt. Deze witte stof is in grote mate aanwezig in de rechterhersenhelft, en in mindere mate in de linkerhersenhelft. Bij NLD-kinderen zou deze witte stof verminderd aanwezig zijn (in medische termen zegt men ook wel dat de zenuwvezels niet gemyeliniseerd zijn). Daardoor zal de schade vooral de rechterhersenhelft treffen m.a.w. de functies in de rechterhersenhelft werken bij NLD-kinderen minder goed.[1]

Dit heeft niet alleen gevolgen voor heel wat zaken in het gewone leven, maar zal ook de schoolse vaardigheden treffen.

Zwakke en sterke kanten van kinderen met NLD

Hoe het syndroom tot uiting komt, hangt mede af van de leeftijd van het kind. Per ontwikkelingsfase worden aan kinderen immers verschillende eisen gesteld. Zo kan het gebeuren dat in de peuter- en kleuterleeftijd vooral het gebrek aan exploratie en evenwicht voorop staat, in de lagere schoolperiode de visueel-ruimtelijke problemen en in de puberteit de sociaal-emotionele problemen. Ook de ernst van de stoornis (de mate waarin de witte stof ontbreekt en het tijdstip waarop de stoornis is opgetreden[2]) bepaalt mede het klinische beeld.

ZWAKKERE KANTEN

1. Motorische problemen

Ten gevolge van NLD zal het kind meer moeite hebben met het aanleren van een aantal motorische vaardigheden. Immers, de linkerkant van het lichaam[3], de visuele perceptie en de tactiele perceptie (het voelen) verlopen gestoord. Vaak ontstaat er een vicieuze cirkel: doordat het kind moeite heeft met motorische activiteiten, zal het die ook vermijden waardoor de achterstand t.o.v. leeftijdsgenoten nog groter wordt.

Grove motoriek: evenwichtsproblemen (waardoor leren lopen, fietsen, rolschaatsen,… bemoeilijkt wordt), coördinatieproblemen, balspelen,…

Fijne motoriek: veters strikken, eten met bestek, knippen, plakken, tekenen, …

2. Ruimtelijk inzicht

Door hun beperkte ruimtelijke kennis en slechte verwerking van visuele informatie, zijn deze kinderen snel gedesoriënteerd. Zij lopen letterlijk verloren in deze drukke, onoverzichtelijke wereld. Vaak hebben zij ook moeite met opruimen en bijgevolg een slordige bank.

3. Nieuwe informatie

Nieuwe informatie wordt moeilijker verwerkt bij een kind met NLD. Bijgevolg zullen nieuwe activiteiten bij hen heel wat angst teweegbrengen, zelfs activiteiten die doorgaans als heel leuk ervaren worden. Zo kunnen een feestje, een schooluitstap,… bij deze kinderen met veel stress gepaard gaan.

4. Staren

Het kan gebeuren dat het kind zich afsluit van te veel visuele prikkels door te gaan staren. Op deze manier creeërt het kind op een natuurlijke wijze een soort van rust. NLD-kinderen zijn ook heel associatief aangelegd, wat eveneens het staren kan verklaren. Zij horen iets en beginnen hierbij te associëren (waarbij zij zich naar binnen keren en de ogen in een soort nulstand komen te staan). Let dus op met uitspraken als ‘je let niet op’. Vaak zijn deze kinderen niet aan het dagdromen maar juist intensief aan het denken!

5. Tempo

Een NLD-kind is trager in het verwerken van informatie dan andere kinderen. Werken onder tijdsdruk kan bijgevolg enorme stress veroorzaken.

6. Sociale problemen

65% van onze communicatie gebeurt op non-verbale manier dit wil zeggen door middel van gezichtsexpressie, houding en beweging van ons lichaam,… Doordat het kind moeite heeft met visuele beelden is de kans groot dat het een verkeerde interpretatie geeft aan wat het ziet. Hierdoor zal het kind niet altijd adequaat reageren en dit vergroot de kans op gepest worden.

7. Aandachtsproblemen

Kinderen met NLD hebben moeite met het verwerken van visuele en tactiele informatie. Bij activiteiten waarbij ze moeten ‘kijken’ en/of ‘doen’ zullen ze algauw hun aandacht verliezen. Vaak worden ze daarom in eerste instantie aangemeld met een vermoeden van ADHD, terwijl het in wezen om NLD gaat.[4] Vooral in de eerste jaren van het basisonderwijs zal hun werkhouding veelal ondermaats zijn. Het aanvankelijk leren doet immers sterk beroep op visuele capaciteiten. Ook de overgang van kleuter naar lager op zich is een hele nieuwe wereld en dus heel moeilijk voor hen. Dit in combinatie met hun sterke verbale capaciteiten, maakt dat zij in de klas al gauw een praatje zullen slaan met hun buurjongen/buurmeisje, of beginnen prutsen waarbij hun motorische onhandigheid vaak tot gevolg heeft dat er een elastiekje door de lucht zweeft, een latje op de grond klettert, of hun mond vol blauwe inkt hangt…

8. Technisch lezen en spelling

Kinderen met NLD hebben het bijzonder moeilijk met het aanleren van nieuwe vaardigheden, vooral als deze een beroep doen op visuele perceptie. Juist om deze reden hebben zij grote moeite met het aanvankelijk lezen en spellen, en wordt in eerste instantie gedacht aan dyslexie. Vaak loopt in het begin van het basisonderwijs het rekenen zelfs vrij goed, omdat zij door hun sterk auditief geheugen de sommen kunnen memoriseren. Naarmate het lezen en spellen worden geautomatiseerd en er een steeds groter beroep wordt gedaan op rekeninzicht, komt het typische NLD-patroon tot uiting. 9. Begrijpend lezen
Niettegenstaande hun verbaliteit, zullen deze kinderen altijd moeilijkheden blijven hebben met begrijpend lezen. Redenen hiervoor:

Elke tekst is steeds weer nieuw.

Moeite met het overzicht houden, maakt dat zij snel de draad kwijt zijn. Zij vertellen vaak details maar komen niet tot de essentie.

Zij blijven vaak vasthangen aan de letterlijke betekenis, en hebben moeite met tussen de lijnen te lezen.

10. Schrijven

Gezien de moeizame motorische ontwikkeling van deze kinderen, bestaat er een verhoogde kans op een verstoorde schrijfontwikkeling: problemen met het maken van de schrijfbeweging, met het handhaven van de afmetingen (de grootte van de letters), problemen met de plaats en de vorm van letters en cijfers, tempoproblemen, problemen met de lay-out,…

11. Rekenen

Rekenen is doorgaans hét struikelblok van kinderen met NLD. Er zijn verschillende deelgebieden waar het kind tegenaan loopt:

problemen met het getalsysteem zelf, vooral het bevatten van grote(re) getallen.

problemen met het goed opschrijven van getallen. Deze kinderen hebben moeite met iedere situatie waarbij vorm en richting een rol speelt.

problemen met lay-out. Hoe leuk en uitdagend de huidige realistische rekenmethodes ook zijn voor ‘gewone’ kinderen, voor het NLD-kind zijn ze vaak een ware marteling. Meestal is er sprake van verschillende lettertypen, veel plaatjes, tabellen en grafieken. Door de vele visuele stimuli, ziet het kind niet meer wat de bedoeling is.

Problemen door de zwakke schrijfmotoriek

Problemen met mechanisch rekenen zoals staartdelingen.

problemen met het ordenen van de leertaak: planmatig werken.

12. Wero

Wereldoriëntatie is naast rekenen vaak het vak bij uitstek dat een beroep doet op oriëntatievaardigheden en kan dus voor een kind met NLD héél moeilijk zijn en veel tijd en inspanning vergen. Het kan zijn dat het kind voor dit vak extra begeleid dient te worden door een taakleerkracht.

STERKE KANTEN

1. Technisch lezen

Aanvankelijk hebben deze kinderen een achterstand op de rest van de klas. Deze achterstand is meestal ingelopen aan het eind van het tweede leerjaar, of het begin van het derde leerjaar. Op dat moment zijn de gegevens geautomatiseerd en is de kans groot dat het kind zijn klasgenootjes zelfs voorbijgaat.

2. Spelling

Deze kinderen hebben vaak sterke spellingsvaardigheden voor fonetisch voorspelbare woorden (schrijven zoals je het hoort).

3. Taal

NLD-kinderen kunnen heel goed letterlijk uit hun hoofd leren. Zij kunnen vaak hele stukken tekst opdreunen. Ze zijn heel taalgevoelig en maken vaak verrassend mooie gedichtjes, opstellen,… Ook voor vreemde talen zijn zij sterk. Deze sterke kant kan ingezet worden ter compensatie van hun zwakheden. Wanneer zij zich veilig en erkend voelen, zullen zij zelf ook verbaal uitstekend kunnen aangeven hoe ze het beste geholpen worden.

Zij zijn ook heel associatief, wat hen kan doen compenseren bv. Italië is als een laars.

4. Sociaal

Hoewel NLD-kinderen vaak moeite hebben met sociale contacten, hebben zij op dit vlak ook heel wat te bieden! Zij kunnen mensen op een heel onbevangen manier tegemoet treden. Zij zijn heel eerlijk en hebben een groot vertrouwen in de ander.

5. Fantasie

Kinderen met NLD hebben vaak een grote fantasie. Die kunnen ze goed gebruiken bij het verzinnen van spelletjes of verhaaltjes.

Tenslotte: individuele sterke kanten

Net zoals alle mensen zijn ook kinderen met NLD allemaal verschillend en hebben ze dus allemaal hun eigen sterke kanten. Het is goed om er bewust bij stil te staan wat deze sterke kanten zijn en dit ook te verwoorden naar het kind toe. Het is immers fijn om te horen wat je wél goed kunt, vooral als er zoveel dingen zijn die minder goed lukken!


Belangrijk bij bovenstaande uiteenzetting is steeds de bedenking te maken dat ieder mens uniek is. Bijgevolg zullen de genoemde kenmerken niet bij alle kinderen met NLD voorkomen, of toch niet in dezelfde mate. Ook beschikken niet alle kinderen met NLD over dezelfde sterke kanten. Sommigen zullen meer kunnen compenseren dan anderen.

Het is dan ook absoluut noodzakelijk om de mens achter de stoornis te blijven zien!

REFERENTIES

Kinderen met NLD. Praktische gids voor ouders en leerkrachten, Annemieke van Dijk, Swets en Zeitlinger B.V., 2002.
Neuropsychologische aspecten van problemen op school, A.J.J.M. Ruijssenaars en P. Ghesquière, Acco Leuven, 2000.
Kinderen met ruimtelijk-visuele problemen: een beren-aanpak, Kaat Timmerman en Dominique Van der Schoot, Acco Leuven, 1998.

www.nld.be
www.canvas.be (programma Overleven, 'Dat kan een klein kind!', uitzending 29 december 2002).


[1] Huidig wetenschappelijk onderzoek dient verder uitsluitsel te geven omtrent de ontstaansmechanismen van NLD.
[2] De aanmaak van witte stof vindt voornamelijk plaats vanaf de derde maand van de zwangerschap tot ongeveer het derde levensjaar. Daarna wordt de witte stof in heel kleine hoeveelheden aangemaakt tot ongeveer dertig jaar.
[3] Alles wat je links doet, wordt aangestuurd door de rechterhersenhelft.
[4] Daarnaast kan er ook een combinatie van stoornissen optreden. Zo kan een kind NLD én ADHD hebben, of NLD én autismespectrum
.

LEREN VOELEN EN KIJKEN DOOR TE PRATEN

Leren betekent informatie verwerken. Met informatie bedoelen we alles wat iemand ziet, hoort, voelt, ruikt, proeft. Bij kleine verstoringen in de hersenen, raakt ook de manier waarop informatie verwerkt wordt verstoord. In de vorige jonarama zagen we dat kinderen met NLD heel goed zijn in het verwerken van talige informatie, vooral als ze die horen en zwak(ker) zijn in het verwerken van informatie waarbij ze moeten voelen-handelen en kijken. Het is belangrijk dit sterkte-zwakte profiel in ons achterhoofd te houden wanneer we een behandelingsplan willen opstellen voor de moeilijkheden die deze kinderen ondervinden. Kant en klare ‘receptenboeken’ zijn er niet, maar de hiernavolgende suggesties kunnen wellicht enig houvast bieden.

Motorische problemen

Kinderen met NLD zullen vaak de linkerkant van hun lichaam letterlijk links laten liggen. Bied het kind spelletjes aan waarbij het beide kanten van zijn lichaam dient te gebruiken, met extra aandacht voor de linkerkant,bijvoorbeeld: laat het kind een toren bouwen van legoblokjes. De blokjes moeten om de beurt met de linker- en met de rechterhand op de toren gezet worden,…
Het evenwicht kan gestimuleerd worden door bijvoorbeeld zo lang mogelijk op één been blijven staan,… Bij baloefeningen doe je er goed aan om ballen van verschillende grootte en structuur (zacht of hard, grote bal, kleine bal) te gebruiken en een opbouw in moeilijkheidsgraad te maken.
De fijne motoriekkan geoefend worden door het laten rijgen van kralen (beginnen met grote en afzakken naar kleinere), met kleine stukjes papier propjes maken, een munt tussen duim-en wijsvinger nemen en heen en weer rollen,… Pictogrammen (mét uitleg erbij) kunnen helpen om een correcte lichaamshouding aan te leren.
Probeer steeds activiteiten zoveel mogelijk stap voor stap op te bouwen en geef er voldoende uitleg bij. Erken dat turnen voor deze kinderen vaak een ware nachtmerrie is door hun gebrek aan tactiele en visueel-ruimtelijke vaardigheden en hun beperkt spelinzicht. Als het kind zich begrepen voelt, zal het sneller tot exploratie durven komen.
Het kan nodig zijn om professionele hulp in te schakelen (kinesitherapie) bij de behandeling van de motorische problemen.

Ruimtelijk inzicht

Als het kind nieuw is op school, geef dan meermaals een rondleiding in het gebouw. Zorg dat het de belangrijkste plaatsen weet zijn (klas, speelplaats, eetzaal, toilet, secretariaat,…). Laat het kind verwoorden en eventueel opschrijven wat het ziet. Vaak zijn het details waarop het zich oriënteert, bijvoorbeeld: de gang met het blauwe schilderij aan de muur, de deur met de rode klink, het lokaal met slingers voor het raam,…
Wees niet boos als het kind te laat is omdat het zijn weg niet heeft gevonden. Vraag wat er precies is misgelopen en bedenk hoe dat in de toekomst kan vermeden worden.
Wees bij opruimopdrachten heel concreet. Bijvoorbeeld: leg de boeken op de plank, zet je schoenen in de kast. Bij een algemene opdracht ‘ruim op’ weet het kind vaak niet waar te beginnen.
Maak duidelijke afspraken en herhaal deze vaak. Bijvoorbeeld: schriften links, boeken rechts, schrijfspullen in het laatje. Ook is het mogelijk om taalvakken, rekenvakken, godsdienst, WO, … allemaal in een verschillend kleurtje te laten kaften of een sticker gebruiken zodat het gemakkelijker terug te vinden is.
Hou er ook rekening mee dat een NLD- kind moeite heeft met links en rechts. Dit kan opgelost worden door een lila-armbandje rond de linkerpols en een rood-armbandje rond de rechterpols.
Ook het speelplaatsgebeuren kan vaak beangstigend zijn: kinderen die door elkaar lopen, lawaai, ballen die over en weer vliegen, springtouwen,… Zorg voor enkele rustige plaatsen waar het kind op adem kan komen. Zoniet gaat het doel van een speeltijd – tot ontspanning komen - helemaal verloren.

Nieuwe informatie

Breng structuur aan: bouw de dag op volgens een vaste planning. Deze kan met behulp van pictogrammen of een lesrooster aan het bord opgehangen worden. Een NLD-kind verlangt naar houvast, naar ‘weten wat er gaat komen’.
Bereid elke verandering goed voor. Vertel het kind wat er gaat gebeuren. Laat toe dat het kind vragen stelt.
Zorg voor vluchtmogelijkheden.Het kind zal sneller geneigd zijn mee te doen met bepaalde activiteiten als het weet dat het kan ontsnappen wanneer het te veel wordt. Spreek bijvoorbeeld af dat het zich mag terugtrekken uit de groep in een bepaald lokaaltje, …
Ook al is het kind heel auditief aangelegd, toch kan het gebeuren dat opdrachten herhaaldmoeten worden. Dit heeft zo zijn redenen. Ten eerste heeft het kind moeite met de essentie uit iets te halen (dus ook uit een lange opdracht). Ten tweede speelt ook weer de moeite met nieuwe (en visuele) informatie parten. Bijvoorbeeld wanneer een toetsblad of werkblad uitgedeeld wordt, kan het kind in paniek slaan bij het zien van deze informatie. Daarom is het goed toets- en werkbladen steeds volgens eenzelfde lay-out op te bouwen en stap voor stap de inhoud met het kind te overlopen. Laat toe dat het kind extra vragen stelt.

Tempo

Informatie wordt door deze kinderen minder snel verwerkt, zeker als het betrekking heeft op kijken en/of doen. Geef het kind extra tijd om zijn oefeningen te maken, of verminder het aantal oefeningen. Enkel op deze manier kan je als leerkracht te weten komen of het kind de leerstof al dan niet beheerst.
Ook bij het aankleden heeft het kind meer tijd nodig. Laat bij turnen of zwemmen het kind al 5 à 10 minuutjes vroeger naar de kleedkamers gaan om zich om te kleden. Help het eventueel. Help het ook bij het wegsteken van het turn-of zwemgerief. Doe dit door steeds weer dezelfde vragen te stellen welk materiaal er in moet zitten en het kind te laten antwoorden. Door op deze manier te werken zal het kind na verloop van tijd deze vragen verinnerlijken en zo zelfstandig zijn turn- en zwemzak kunnen klaarmaken.

Sociale problemen

Leerproblemen en socio-emotionele problemen zijn bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kinderen met NLD hebben niet zozeer een gebrek aan sociaal inzicht, maar de gevolgen die de leerproblematiek heeft op hun zelfbeeld, leidt vaak ook tot problemen met leeftijdsgenootjes. Zo zullen ze door hun gebrekkige tactiele-motorische vaardigheden en zwak spelinzicht met heel wat teamsporten minder goed meekunnen, waardoor ze zichzelf gemakkelijk gaan isoleren of het risico lopen gepest te worden.
Hun gedetailleerde kijk zorgt er soms voor dat ze moeite hebben met oorzaak-gevolg. Ze overzien het geheel niet meer (en dus ook niet hun eigen aandeel in ontstaan van ruzies).
Ook het feit dat ze door hun sterke woordenschat en auditief geheugen door volwassenen vaak overschat worden, kan tot gedragsproblemen leiden. De omgeving ziet niet hoeveel moeite het kind moet doen om zich staande te houden in deze steeds visueler wordende en snel veranderende samenleving, waardoor het kind bij momenten zal ‘ontploffen’.

Door zelf als leerkracht bepaalde differentiatievormen in te voeren (bv. extra tijd, extra uitleg, hulpmiddelen voor bepaalde kinderen,…) leren kinderen dat iedereen verschillend is en dit ook mag zijn. Dit werkt preventief t.a.v. pesten. Ook als ouder is het heel belangrijk steeds weer te beklemtonen dat iedereen verschillend is elk met zijn eigen talenten en beperkingen, en dat deze beperkingen er ook mogen zijn.
Wanneer het kind een woedebui heeft, ga dan niet in discussie met hem. Laat liever verwoorden hoe hij het gebeuren heeft ervaren/geïnterpreteerd. Probeer daarna duidelijk te maken hoe zijn gedrag bij anderen is overgekomen, zonder dat het kind het gevoel krijgt gefaald te hebben. Bij alle feedback die je aan deze kinderen geeft, is het belangrijk dat het op een positieve manier gebeurt.
Als het kind in de klas bepaald gedrag stelt dat niet kan getolereerd worden, zegdan tegen het kind heel specifiek met welk gedrag het moet ophouden en hoe het zich dan wel moetgedragen: “Ik vind het niet leuk dat je …, ik zou graag hebben dat je …”.Gewoon boos kijken zonder te zeggen dat je boos bent, is voor een NLD-kind vaak niet duidelijk genoeg. Ook enkel zeggen wat het mispeutert, volstaat niet. Het kind weet dan nog niet welk gedrag er wél van hem verwacht wordt.
Zit het kind heel slecht in zijn vel en lopen relaties met leeftijdsgenootjes opvallend moeizaam, dan kan een sociale vaardigheidstraining nuttig zijn. Hier leert het kind op een veilige manier in een klein groepje met leeftijdsgenoten omgaan.

Aandachtsproblemen

Probeer ‘kijk en doe activiteiten’ (o.a. lichamelijke opvoeding, crea,…) zoveel mogelijk in kleine stapjes te verdelen en ondersteun zoveel mogelijk met taal: eerst het praatje, dan het plaatje!
Erken dat aandachtsproblemen bij deze activiteiten niets met onwil, maar wel met onmacht te maken hebben.

Technisch lezen en spellen

Bij het aanvankelijk lezen en spellen moet bij deze kinderen extra geoefend worden op visuele discriminatie. Thuis kan je dit stimuleren door het kind oefeningen te geven van het soort ‘zoek de zeven verschillen’.
Ook de klank-letterkoppeling zal extra geoefend moeten worden, niet alleen auditief maar ook met visuele ondersteuning. Zo kanbijvoorbeeld een tekening van de letter die moeilijk te onthouden is op de bank gekleefd worden.
Laat het kind met een afdekstrookje werken, zelfs als dat niet meer bij de leeftijd zou passen. Visuele informatie moet bij deze kinderen ‘gedoseerd’ worden.
Eens de klank-letterkoppeling geautomatiseerd is, zal ook de spelling redelijk vlot verlopen. Fouten die zij (blijven) maken zijn vooral van het fonetische type: schrijven zoals je het hoort bijvoorbeeld buro (doordat zij moeilijk een woordbeeld opbouwen).

Begrijpend lezen

Zorg voor een duidelijke lay-out: titel, ondertitel, verschillende alinea’s. Maak de tekst niet te zwaar. Niet te veel prentjes, kadertjes,… Door hun zwak visueel-ruimtelijk inzicht raken ze dan helemaal de draad kwijt. Soberheid troef!
Leer het kind ook hoe het kernwoorden kan terugvinden en aanduiden. Leer stap voor stap de juiste vragen stellen bij een tekst. Een lijstjevan ‘te stellen vragen’ kan als leidraad gebruikt worden. Lukt het dan nog niet, dan kan je op voorhand al een korte samenvatting (de essentie) van de tekst geven.

Schrijven

Besteed voldoende aandacht aan het leren beheersen van afzonderlijke letters. Maak niet te snel de overgang naar woorden en zinnetjes of naar het schrijven binnen smalle lijntjes. Werk ook hier weer met stijgende moeilijkheidsgraad:

Van schouder naar pols: eerst grote schrijfbewegingen op grote vellen papier, daarna steeds kleinere letters op kleinere vellen en uiteindelijk schrijven met liniatuur (eerst tussen 2 lijntjes, dan op 1 lijntje).

Van imiteren naar schrijven uit het geheugen: eerst overtrekfiguren (bv. boogjes, lussen,…), dan overtrekletters, laat daarna het kind de letter zelf schrijven terwijl het naar het voorbeeld mag kijken, tenslotte moet het kind de letter schrijven die jij dicteert (het mag zichzelf wel ondersteunen met woorden, bv. naar boven, nu opzij,…)

Bij dit aanleren van de schrijfbeweging kan gespeeld worden met het soort materiaal zodat het tactiele voldoende gestimuleerd wordt: vingerverven op behang, schrijven in zand, letters maken van klei, cijfers van ribbelkarton proberen herkennen met de ogen dicht,…

Pas wanneer de afzonderlijke letters voldoende geautomatiseerd zijn, kan de overstap gemaakt worden tot het schrijven van woorden met extra aandacht voor de letterverbinding!
Zeg regelmatig expliciet dat ze links moeten beginnen schrijven (hun aandacht vestigen op de hele ruimte). Een kantlijn (eventueel in fluo) kan als geheugensteun dienen.
De overweging kan gemaakt worden of het niet nuttig is deze kinderen al in een vroeg stadium met tekstverwerker te leren werken. Het leren werken met de computer zal in eerste instantie ook weer veel inspanning vergen, maar eens geautomatiseerd zal het kind sneller aan zijn taken kunnen werken.
Bij té grote achterstand kan ook hier weer kinesitherapie overwogen worden.

Rekenen

Kinderen met NLD zijn als peuter vaak opvallend braaf. Zij sleutelen niet aan kasten, breken geen vazen, zetten hun handjes niet op de ramen, vijzen de afstandbediening van de televisie niet uit elkaar, zitten niet met hun handen in hun eten , … Ongetwijfeld tot grote vreugde van hun ouders, maar helaas ook tot ernstig nadeel van het rekeninzicht. Begrippen als lang, kort, dik, dun, groot, klein, hard, breekbaar, veel, weinig, … ondervinden zij niet ‘aan den lijve’. Hier wordt reeds de basis gelegd van hun latere moeilijkheden met rekenen. Om het tactiele en het lichamelijk ontdekken van rekenbegrippen toch te stimuleren kan je het kind voorwerpen laten betasten. Werk ook hier weer met stijgende moeilijheidsgraad:
Eerst mag het kind de voorwerpen ook daadwerkelijk zien terwijl het de voorwerpen betast en verwoordt wat het voelt. Daarna wordt het kind geblinddoekt of worden de voorwerpen in een zak gestoken en moet het kind ‘op de tast’ de voorwerpen beschrijven en raden wat het is.
Dit grondig laten bekijken, betasten en verwoorden van materiaal is iets dat ook moet voortgezet worden met het rekenmateriaal dat het kind krijgt aangeboden (bv. staafjes, kubus,..)! Zoniet zit het risico erin dat het kind in paniek slaat bij iets wat eigenlijk een hulpmiddel moet zijn (rekenhandelingen concretiseren/verduidelijken).

Een NLD-kind heeft grote moeite met het vatten van een getal als 352. Het besef dat de positionering van een cijfer ten opzichte van een ander cijfer de waarde van het cijfer bepaalt, is voor hen heel moeilijk te begrijpen. Net nu ze doorhebben dat 3 kleiner is dan 5, is in dit getal de 3 meer waard dan de 5. Er zal veel extra uitleg nodig zijn om hen wegwijs te maken in het ruimtelijk aspect van getallen. Dit kan door verschillende kleuren te geven aan de eenheden, de tientallen en de hondertallen. Daarenboven zorgt niet alleen hun beperkt ruimtelijk inzicht, maar ook hun sterke verbaliteit voor problemen. De verbale weergave wint het van de visuele vorm van het getal. Zij zullen bovenstaand getal eerder uitspreken als driehonderd vijfentwintig. Er zit niets anders op dan dit aspect veel te oefenen en regelmatig getallendictees te geven.
Cijferen vormt een extra struikelblok. Deze kinderen hebben al moeite met een horizontale schrijfwijze (bv. 352) en bij cijferen komt er nog een verticaal aspect bij. Maak voor jezelf een keuze: ofwel wordt het juist opschrijven van getallen een oefening op zich en wordt dat gequoteerd, ofwel geef je het kind voorgedrukte bladen en wordt enkel de bewerking gequoteerd. Beiden verenigd, krijgt het kind doorgaans niet klaar in het toegestane tijdsbestek. Ook de bewerking op zich uitvoeren is voor hen al heel moeilijk, want hier moeten zij van rechts naar links werken terwijl men doorgaans van links naar rechts moet werken (lezen, schrijven)

Probeer de lay-out zo ‘saai’ mogelijk te houden. Probeer ook geen +, -, x en : oefeningen door elkaar te geven. Zij hebben meestal weinig aandacht voor de abstracte bewerkingstekens. Indien je toch de oefeningen wil ‘mixen’, laat hen dan eerst de bewerkingstekens aanduiden in fluostift (verschillende kleuren voor verschillende tekens).
Gebruik ruitjespapier met voldoende grote ruitjes (van 1 bij 1 cm). Laat eventueel het rekenwerk vergroot kopiëren. Door hun zwakke schrijfmotoriek krijgen zij hun getallen vaak niet mooi in de hokjes. Of geef voorgedrukte bladen.

Geef minder oefeningen. Zo werken zij mee (versterkt hun zelfwaardegevoel), maar worden ze niet steeds geconfronteerd met het feit dat ze hun oefeningen niet af krijgen.
Voor kinderen met NLD is het belangrijk om bij rekentaken gebruik te maken van een stappenplan (werkt in tegenstelling tot schema’s met woorden). Bij iedere handeling wordt de leerling d.m.v. woorden gedwongen actief na te denken over de volgende te zetten stap. Het stappenplan kan het beste op de bank van het kind gekleefd worden: wat moet ik doen, hoe ga ik dat doen, wat doe ik eerst, wat doe ik daarna, wanneer en aan wie kan ik hulp vragen,…

Als een kind niet de essentiële gegevens uit een vraagstuk kan halen, kunnen de gegevens beter op een duidelijke manier aan hem verteld worden. Daarna kan het wellicht wél de bewerking uitvoeren.
Als blijkt dat het kind uiteindelijk niet op de conventionele manier kan rekenen, moet worden overgegaan tot het gebruik van een rekenmachine.

Wero

Zorg voor kopieën waar alles goed opstaat, dus zonder weggevallen randen. Dit kan het kind anders verwarren.
Werk met kleur bv. wateren in het blauw, bosgebied in het groen, streken in het bruin,…
Vertrek van het deel-geheelprincipe: streek, provincie, land, Europa, wereld,…
Het is belangrijk dat aan het kind regelmatig wordt uitgelegd dat een kaart een platte tweedimensionale weergave is van de werkelijke driedimensionale omgeving. Het ontdekt dit niet spontaan.
Een NLD-kind kan meestal niet vertrouwen op zijn ruimtelijk geheugen, maar met ‘talige’ ondersteuning van de leertaak kunnen meestal goede resultaten bereikt worden. Laat de leerling de vormen die hij ziet benoemen: het lijkt wel een laars, wat een rare bobbel, dit steekt uit, hier zit een deuk, … Hierdoor maak je gebruik van het sterke associatieve geheugen waardoor het de namen en de plaatsen beter zal onthouden.
Hoewel de tactiele waarneming vaak flink gestoord kan zijn, kan het soms toch helpen het visueel-ruimtelijke geheugen te versterken door te voelen: voel de vorm van de provincie, loop met je vingers van de ene provincie naar de andere,…
Leer het kind kijkstrategieënnml. leer het dat er op een kaart bepaalde punten zijn die houvast kunnen geven: symbolen, vaste volgorde van ‘scannen’ (van boven naar beneden en van links naar rechts), aandacht voor opvallende vormaspecten,…
Beperk het aantal te leren plaatsen: enkel de meest belangrijke, die in het dagelijks leven, de school en de media worden gebruikt.
Maak steeds gebruik van éénzelfde kaart!! Eénzelfde soort kaart voor zowel de uitleg, de verwerking en de toetsen. Een klein verschil in lay-out of kleur kan een NLD-kind letterlijk van de kaart brengen!

De kinderschoenen ontgroeid. En nu?!

De kinderfase duurt maar even. NLD het hele leven. Het is dan ook belangrijk om even stil te staan bij de overgang naar het secundair onderwijs. Deze overgang is voor alle jongeren een grote stap, maar voor een kind met NLD een hele kloof. Om grote problemen te vermijden is een goede voorbereiding een absolute vereiste!
Kies vooreerst een goede school, d.w.z. een school met een goed uitgewerkt zorgbeleid. Bevraag op de opendeurdagen of er specifieke maatregelen getroffen worden voor leerlingen met NLD en zo ja wat die maatregelen inhouden. Geef desnoods aan de directie info over NLD en vraag om deze info ook door te geven aan de betrokken leerkrachten.
Kies eveneens een goede studierichting. Hou daarbij voldoende rekening met het specifieke NLD-profiel van sterke en zwakke(re) kanten.
Breng op voorhand enkele bezoekjes aan de school (één volstaat meestal niet), zodat je kind zich kan oriënteren in het grote schoolgebouw. Leg het systeem van wisselende leerkrachten uit. Indien het mogelijk is om op voorhand al schoolboeken te krijgen (vraag hier eventueel naar), is dit een groot pluspunt. Op die manier kan op het einde van de vakantie al gestart worden met boeken kaften (vaak een probleem voor iemand met NLD). Denk hierbij aan het werken met verschillende kleuren om het terugvinden van boeken te vergemakkelijken. Ga samen met je kind op zoek naar benodigd schoolmateriaal (de drukte in de winkels kan hen al doen ontploffen).
Vraag aan de klastitularis of hij/zij als vertrouwenspersoon wil fungeren, bij wie de jongere terecht kan met vragen.
Zorg dat je er die eerste schoolweken bent voor je kind. Dit is niet het moment om zelfstandigheid te gaan eisen!! Pas als al het nieuwe geautomatiseerd is en je kind zijn draai heeft gevonden, kan je het geleidelijk aan loslaten.

HERA VAN DE VIJVER, ORTHOPEDAGOGE

Referenties:
Kinderen met NLD. Praktische gids voor ouders en leerkrachten, Annemieke van Dijk, Swets en Zeitlinger B.V., 2002.
Neuropsychologische aspecten van problemen op school, A.J.J.M. Ruijssenaars en P. Ghesquière, Acco Leuven, 2000.
Artikels NLD.
www.nld.be

Omwille van de leesbaarheid zal in dit artikel steeds in de hij-vorm geschreven worden. Uiteraard komt NLD ook voor bij meisjes! Net zoals NLD zich ook verderzet op adolescenten en volwassen leeftijd!
Het boek ‘Mijn kind is onhandig’ van Wendy Peerlings bevat vele tips en oefeningen om zowel de grove, fijne als schrijfmotoriek te oefenen.
Annemaaike Serlier-Vandenbergh
Ook in de kleuterschool spelen zij vaak niet zo graag met klei, zand en water. Zij houden niet van ‘vies’.
Omwille van de verstoorde tactiele ontwikkeling houden zij vaak niet van geblinddoekt te worden.